STRUCTUUR VAN DE OPLEIDING 

Vanaf 2018-2019 evolueert het Instituut naar een vierjarig programma.

Elk jaar worden acht cursussen geprogrammeerd die elk na vier jaar terugkomen.

Ieder vak vormt een geheel op zich en vereist geen voorkennis uit andere vakken. Studenten hoeven de vakken dus niet in een vaste volgorde te doorlopen en kunnen zodoende in gelijk welk academiejaar (her)instappen.

A-jaar       2018-2019

                    2022-2023...

1. Schilderkunst Nederlanden: de eeuw van Rubens

2. Beeldhouwkunst:

renaissance en barok

3. Bouwkunst Europa: moderne en hedendaagse tijden

4. Kunst 1900-1950

5. Iconologie

6. Laat-antieke en Byzantijnse kunst

7. Muziekgeschiedenis: van Mozart tot Messiaen

8. Kunst van Zuid- en Oost-Azië

B-jaar 2019-2020

2023-2024...

1. Schilderkunst Nederlanden: Vlaamse Primitieven

2. Schilderkunst algemeen: renaissance en barok

3. Bouwkunst België:

moderne en hedendaagse tijden

4. Beeld-denken

5. Actuele kunst I

 

6. Kunst van de

Islamwereld

7. Vooraziatische kunst

8. Beeldhouwkunst: romaans en gotiek

C-jaar       2020-2021

                    2024-2025...

1. Schilderkunst Nederlanden: de eeuw van Bruegel

2. Schilderkunst algemeen: romaans tot gotisch

3. Bouwkunst: middeleeuwen en nieuwe tijd

4. Kunst in de 19de eeuw I 

5. Egyptische kunst

6. Hoogtepunten van de Vlaamse muziek

7. Cultuurgeschiedenis

8. Actuele kunst II

D-jaar       2021-2022

                    2025-2026...

1. Griekse en Romeinse kunst

2. Esthetica

3. Conservatie & restauratie

4. Kunst in de 19de eeuw II 

5. Kunstfilosofie

6. Kunst en foto

7. Textiele kunsten

8. Muziekgeschiedenis:

van gregoriaans tot Bach

EXAMENS & DELIBERATIE
 

Vanaf 2018-2019 schakelen wij gradueel over naar een vierjarige lessencyclus van een 3-jarige lessencyclus naar een 4-jarige. De overgang zal zo geregeld worden dat wie in het oude systeem is gestart geen hinder zal ondervinden.

 

Studenten kunnen ofwel voltijds of deeltijds studeren binnen het traject naar het getuigschrift van gegradueerde in de kunstgeschiedenis, ofwel vrije vakken volgen zonder examen af te leggen.

 

Voltijdse studenten lopen vier jaar cursus en nemen jaarlijks 8 vakken op tijdens de eerste drie studiejaren en leggen in het laatste jaar 6 vakken en de eindscriptie af. Elk jaar worden zij gedelibereerd en slagen voor het desbetreffende studiejaar wanneer zij voor elk vak minstens 50 % behalen en minstens 60 % over de totaliteit van de vakken.

 

Deeltijdse studenten werken de opleiding af volgens hun eigen tempo. Zij nemen jaarlijks enkele vakken op waarover zij examen afleggen en sparen zo credits bij elkaar voor elk vak waarvoor zij minstens 60 % behalen. Deze credits blijven onbeperkt geldig zodat de student op elk moment zijn studies kan verderzetten of afmaken.

 

Zowel bij voltijdse als deeltijdse studenten wordt het getuigschrift van het Kunsthistorisch Instituut van Antwerpen verleend na het succesvol afwerken van 30 vakken en de eindscriptie.

 

Vrije studenten schrijven zich in voor één of meerdere vakken zonder examen af te leggen.